Sint-Carolus Borromeus: een vurige ziel in een Kerk in crisis
Sint-Carolus Borromeus met Onze Lieve Vrouw.
Sint-Carolus Borromeus koos voor het zielenheil boven alles. De Kerk viert zijn feestdag op 4 november.
Uit een familie van hoge adel
Carlo, zoals hij eigenlijk heette, werd in 1538 geboren in het Italiaanse plaatsje Arona. Zijn familie, de Borromeo’s, behoorde tot de oude adel van Lombardije. Zijn vader droeg dan ook de titel van graaf van Arona. Al op jonge leeftijd koos Carolus voor een Kerkelijke loopbaan. De tiener woonde in een benedictijns klooster en studeerde rechten aan de Universiteit van Padua. Een sterstudent was hij niet. Omdat hij licht stotterde, hield men hem voor traag van begrip. Dankzij zijn ijver en nauwkeurigheid maakte hij toch goede vorderingen.
Kardinaal op 21-jarige leeftijd
Carolus’ kerkelijke loopbaan nam een hoge vlucht toen zijn oom tot paus werd gekozen en de naam Pius IV aannam. In 1560 werd Carolus op de prille leeftijd van 21 jaar kardinaal gecreëerd. Hij bekleedde een reeks invloedrijke functies. Zo organiseerde de twintiger de laatste sessie van het Concilie van Trente (1562–1563). Volgens historicus William T. Walsh was de hervorming van de Kerk tijdens het pontificaat van Pius IV vooral te danken aan Carolus’ inspanningen. Het lichaam van de heilige is tot op de dag van vandaag onvergankelijk gebleven.
Soberheid en nauwlettendheid
Carolus was een machtige jongeman aan het hof van een renaissancepaus. In deze positie lag morele en financiële corruptie voortdurend op de loer. Carolus blonk echter uit in soberheid. Hij zag er nauwlettend op toe dat Kerkelijke fondsen werden besteed aan Kerkelijke doeleinden, zoals de restauratie van kapellen en de zorg voor armen, en niet in de kas van zijn eigen familie terechtkwamen. Toch leidde hij als jonge geestelijke nog geen leven van strenge zelfonthouding. Als edelman zag hij erop toe dat zijn familie een huishouding voerde met de pracht en praal die bij haar adellijke status pasten.
Aartsbisschop van Milaan
In 1564 werd Carolus aangesteld als aartsbisschop van Milaan. Daar voerde hij het hervormingsprogramma uit dat hij had helpen opzetten tijdens het Concilie van Trente. Zijn uitgangspunt was leidinggeven door zelf het goede voorbeeld te geven: de nieuwe aartsbisschop leefde rechtschapen, ijverig en zuiver. Carolus zette zich in voor de oprichting van seminaries en zag erop toe dat kloosterregels weer strikt werden nageleefd. Ook trad hij op tegen priesters die hun positie misbruikten om zichzelf te verrijken.
Lees ook: De heilige Ambrosius van Milaan weerstond de wereldlijke machten en triomfeerde voor God
Hoe Carolus reageerde op de epidemie
Carolus leefde in een woelige tijd. De Pseudoreformatie rukte op. Wereldheersers verdrukten de Kerk. De Kerk werd van binnenuit geteisterd door de corruptie van haar eigen prelaten. In deze crisis blonk Carolus uit in moed, standvastigheid en onverschrokkenheid. Toen een epidemie Milaan teisterde, sloot hij zich niet op, maar zocht hij de zieken op. Helaas kozen veel prelaten tijdens onze recente coronacrisis ervoor zich wel af te zonderen. Als de zieken wegens besmettingsgevaar niet uit hun kamer konden, las Carolus de Heilige Mis op het plein voor hun huis, zodat ze door open ramen konden meebidden.
Lees ook: De heldhaftige reactie van Sint-Carolus Borromeus op de pest
Tot het einde toe was zijn ziel vurig
Zijn vele taken en verantwoordelijkheden hadden hem lichamelijk uitgeput. Carolus leek te beseffen dat zijn einde naderde. Toch was hij vastbesloten te blijven werken zolang hij nog kracht had. In het najaar van 1584 ging zijn gezondheid onherstelbaar achteruit. Hij was nog maar een veertiger. In oktober begon hij aan zijn jaarlijkse retraite en bereidde hij zich met een algemene biecht voor op de dood. Geplaagd door terugkerende aanvallen van hoge koorts zette hij zijn werkzaamheden voort: bezoeken, correspondentie, overleg. Zijn vurige ziel bleef hem tot het einde toe voortdrijven, ook toen zijn broze lichaam uitgeput raakte. Hij stierf in Milaan op 3 november 1584 op 46-jarige leeftijd. Hij werd in 1610 heilig verklaard door paus Paulus V.
"Weiger het werk niet"
Het leven van de heilige Carolus Borromeus mag ons in drie opzichten inspireren. Ten eerste: Noli recusare laborem. Ofwel: “weiger het werk niet.” Deze uitspraak van Sint-Maarten van Tours, tevens wapenspreuk van kardinaal Wim Eijk, is direct toepasbaar op Carolus. Laten we onvermoeibaar ijveren voor het herstel van de Kerk in haar huidige crisis. Laten we daarbij offers en lijden niet schuwen, ook al spoort de moderne cultuur ons aan ieder ongemak te vermijden.
Bekommeren we ons om onze ziel?
Ten tweede: laten we het heil van de ziel boven alles stellen. “Wees niet zo vergeetachtig over uw priesterschap, dat u een late dood verkiest boven een heilige”, hield Carolus zijn priesters voor. Hij verachtte de geneeskunst niet en nam voorzorgsmaatregelen tegen besmetting. Maar de angst voor de lichamelijke dood mocht de zorg voor het eeuwige leven niet verdringen. Juist in tijden van gevaar hebben mensen de sacramenten, het gebed en de oproep tot bekering nodig. Laten ook wij ons geweten onderzoeken: bekommeren we ons evenzeer om onze ziel als om onze gezondheid?
Adel verplicht
Ten derde: adel verplicht. Carolus was van hoge afkomst. Hij was begaafd als bestuurder, als herder, als leider. Velen van ons beschikken niet over dezelfde talenten. Toch zijn wij als moderne westerlingen bevoorrecht door onze welvaart en de vele middelen waarover we beschikken. Zetten wij die in voor de Kerk en de christelijke beschaving? Doen we wat binnen onze mogelijkheden ligt, naast ons werk en, voor wie getrouwd is, de zorg voor ons gezin? Zullen wij in het hiernamaals voor Gods Troon met Sint-Paulus kunnen zeggen: “De goede strijd heb ik gestreden, de wedloop volbracht, het geloof bewaard” (2 Tim. 4:7)?
Laatst bijgewerkt: 4 november 2026 15:59