Spotprent: Thorbecke en zijn ministers staan hand in hand met paus en bisschoppen. Ze proberen de tafel te laten dansen. Boven de tafel staat een engel met een banier met de tekst ‘Gewetensvrijheid’.
De opkomst en ondergang van het liberaal katholicisme in 19de-eeuws Nederland
In de Nederlandse Kerk denkt men bij vernieuwing, vrijzinnigheid en liberalisme snel aan de jaren 1960. Er was in de negentiende eeuw echter ook een liberale beweging onder katholieke Nederlanders.
Publieke godsdienst was voor katholieken verboden
Voordat Pius IX in 1853 met de pauselijke bul Ex Qua Die (1853) de bisschoppelijke hiërarchie herstelde, was het katholieken in Nederland bij wet verboden om hun geloof in het openbaar te belijden. De Kerk was gereduceerd tot verspreide groepen, die in het geheim bijeenkwamen voor de H. Mis, die door ondergedoken priesters werd opgedragen in schuren, zolders en pakhuizen. Nederland bleef zonder bisschoppen nadat de laatste apostolisch vicaris van Nederland in 1709 een notariële akte had ondertekend, waarmee hij ontslag nam uit de missie die hem door de Heilige Stoel was toevertrouwd. Daardoor werden veel katholieken in de Missio Hollandica het sacrament van het H. Vormsel ontzegd.[1]
Joachim le Sage ten Broek
Pas na de Franse Revolutie verbeterde de status van de Kerk in Nederland enigszins, waardoor katholieken in de negentiende eeuw zich begonnen te mobiliseren tegen de vervolging van de Kerk. Deze strijd werd aanvankelijk geleid door de bekeerling Joachim le Sage ten Broek. In 1818 richtte hij het maandblad De Godsdienstvriend op en in 1835 het weekblad Catholijke Nederlandse Stemmen. De katholieke leider voerde regelmatig polemieken met protestanten en inspireerde ook de oprichting van andere katholieke tijdschriften en kranten in Nederland.[2]
Eerste katholieke krant in Amsterdam
Een belangrijke stap werd gezet door kleinseminarie-president Franciscus Jacobus van Vree, die later de eerste bisschop van Haarlem werd na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie. Hij richtte in 1842 De Katholiek op, het eerste theologische tijdschrift van het land. Anderen volgden zijn voorbeeld. In 1845 richtten de Eerwaarde Heer Josse Antoin Smits en dr. Johannes Wilhelmus Cramer het dagblad De Tijd op, de eerste katholieke krant in Amsterdam.
Lees ook: Het Eucharistisch Mirakel van Amsterdam: hoop voor een teloorgaand Nederland
Liberaal katholicisme
De opkomst van katholieke tijdschriften en kranten was van cruciaal belang voor de katholieke heropleving in de negentiende eeuw. Helaas weken veel publicaties af van de juiste weg door liberale principes te promoten. De voornaamste ketterij achter deze afwijking was het liberaal katholicisme, een systeem van dwalingen dat de principes van het liberalisme, met name de scheiding van Kerk en staat, godsdienstvrijheid en gewetensvrijheid, trachtte te verzoenen met het katholieke geloof. De oorsprong ervan lag in Frankrijk, waar de Eerwaarde Heer Félicité Robert de Lamennais, pater Henri-Dominique Lacordaire o.p. en Charles de Montalembert deze dwalingen verspreidden in het dagblad L’Avenir.[3]
Liberalen waren talrijker dan de ultramontanen
Onder de Nederlandse katholieken in de eerste helft van de negentiende eeuw waren de aanhangers van Lamennais veel talrijker dan de ultramontanen die de traditie hooghielden.[4] Onder de liberaal katholieken was Le Sage ten Broek, die in De Godsdienstvriend de dwalingen van de Franse priester herhaalde: “De godsdienst moet vrij zijn om eene overtuigende Kracht te bezitten. De waarheid moet hare zegepraal alleen aan zich zelve te danken hebben: daarom moet dook de dwaling vrij zijn… Als waarheid en dwaling even vrij, beide volkomen vrij zijn, dan kan het niet lang twijfelachtig blijven, wie van beide de waarheid zij. Daarom verlangen wij niet alleen de volkomene en algemeene vrijheid van het Catholicisme, maar ook van alle andere godsdiensten, opdat de waarheid zegeprale door God en de vrijheid.”[5]
Veroordeeld door de Heilige Vader
Gregorius XVI veroordeelde de dwalingen van het liberaal katholicisme in de encycliek Mirari Vos (1832), waarin hij sprak van “het dwaze en valse beginsel, hetwelk men eerder waanzin zou kunnen noemen, dat vrijheid van geweten voor iedereen moet opgeëist en gewaarborgd worden”.[6] Zijn veroordeling had echter slechts een gering effect op de Nederlandse katholieken. De meesten negeerden de encycliek eenvoudigweg en de katholieke pers bleef haar liberale koers volgen.[7]
Alliantie met liberalen
De invloed van het liberaal katholicisme kwam vooral tot uiting in de politiek. Om de vrijheid van de Kerk te verzekeren, sloten zij een alliantie met de liberalen, wat tot de constitutionele hervorming van Thorbecke in 1848 leidde. Hun politieke ambities werden uiteengezet in een artikel in De Tijd van 21 maart 1848, die “de meening uitdrukten van geheel het katholieke volk van Nederland”: “Wij hebben recht op vrijheid van belijdenis en eeredienst... Gelijke bescherming moet worden verleend aan alle godsdienstige gezindheden. Die bescherming zij nooit preventief; immers eene preventieve bescherming is – of ontaardt in – overheersching. Daarom zij het den Staat nooit vergund zich te mengen in de inwendige belangen van eenige gezindheid.”[8]
Ultramontanisme won terrein
Sommige katholieken verzetten zich tegen de dominante invloed van het liberaal katholicisme. Onder hen bevond zich dr. Cramer, die in 1857 definitief brak met De Tijd. Hij verzette zich tegen het liberale beleid van mgr. Smits, die hem ervan weerhield artikelen met ultramontaanse tendensen te publiceren.[9] Na 1853 keerde het tij ten gunste van de ultramontanen. Verschillende factoren droegen bij aan deze verandering. Katholieken waren verontwaardigd over het toenemende antiklerikalisme van de liberalen. Zij verzetten zich tegen hun liberale beleid op het gebied van godsdienstonderwijs en tegen de manier waarop zij omgingen met de ‘Roomse kwestie’, die de wereldlijke macht van de pausen betwistte.
Einde aan liberaal katholicisme in Nederland
Daarnaast volgden katholieken het pontificaat van Pius IX, dat steeds meer een ultramontane richting insloeg nadat de Risorgimento zijn ware aard had getoond als een aanval op het pausdom. Louis Veuillot en zijn Franse dagblad L’Univers waren ook een factor van verandering en werden het leidende model voor de meeste katholieken in Nederland.[10] Met de dogmatische encycliek Quanta Cura (1864) met de er aan toegevoegde Syllabus Errorum (1864),[11] maakte Pius IX een einde aan de crisis van het liberaal katholicisme in Nederland.[12]
Voetnoten
[1] Rogier, L. J. & De Rooy, N. (1953). In vrijheid herboren. Katholiek Nederland, 1853-1953. Den Haag, Nederland: Uitgeverij Pax, p. 13-17.
[2] Albers, P. (1904). Geschiedenis van het herstel der Hierarchie in de Nederlanden II. Nijmegen, Nederland: L.C.G. Malmberg, p. 8-11.
[3] Pijper, F. (1921) Het modernisme en andere stroomingen in de Katholieke Kerk. Amsterdam, Nederland: S.L. van Looy, p. 14-16.
[4] Onder de volgelingen van pater Lamennais bevonden zich Mgr. van Bommel, de bisschop van Luik en pater Roothaan S.J., de eenentwintigste algemene overste van de Jezuïeten.: De Jong, J. (1949). Handboek der Kerkgeschiedenis IV: De Nieuwste Tijd (1789–1949) (4th ed.). Utrecht - Nijmegen, Nederland: Dekker & Van de Vegt, p. 83.
[5] Ontleend aan het artikel De ware Liberalen kunnen de vijanden van het ware Catholicismus niet zijn, gepubliceerd door De Godsdienstvriend 26 (1831), p. 319; Gorris, G. (1949). J.G. Le Sage ten Broek en de eerste faze van de emancipatie der Katholieken II. Amsterdam, Nederland: Urbi et Orbi, p. 216.
[6] Denz. 1613 ontleend aan de dertigste editie (vóór 1963) van Eerwaarde Heer Henry Denzinger’s Enchiridion Symbolorum et definitionum (1954).
[7] Nuyens, W. J. F. (1878). Herinneringen aan de April-beweging van 1853. Onze Wachter, 1878 (1), p. 110.
[8] Nuyens, W. J. F. (1885). Geschiedenis van het Nederlandsche Volk van 1815 tot op onze dagen III. Amsterdam, Nederland: C.L. van Langenhuysen, p. 98-101.
[9] Rogier, L. J. & De Rooy, N. (1953). In vrijheid herboren. Katholiek Nederland, 1853-1953. Den Haag, Nederland: Uitgeverij Pax, p. 292-295.
[10] Ibid., p. 511-512.
[11] De veroordelingen in de encycliek Quanta Cura (1864) zijn ongetwijfeld dogmatisch. Dit was ook de mening van kardinaal Manning, die in The Centenary of Saint Peter and the General Council: A Pastoral Letter to the Clergy (1867), p. 34, naar de encycliek verwees als “de hoogste leer van de Kerk”. Kardinaal Mazzella S.J., kardinaal Newman en Eerwaarde Heer Scheeben bevestigden dit ook in hun werken. Of de bijbehorende Syllabus Errorum (1864) onfeilbaar is, is minder zeker: Washburn, D. C. (2016). “The First Vatican Council, Archbishop Henry Manning, and Papal Infallibility.” The Catholic Historical Review, 102(4), p. 740–741. Opgehaald van: https://www.jstor.org/stable/45175598.
[12] De Jong, J. (1949). Handboek der Kerkgeschiedenis IV: De Nieuwste Tijd (1789–1949) (4th ed.). Utrecht - Nijmegen, Nederland: Dekker & Van de Vegt, p. 118-119; Rogier, L. J. & De Rooy, N. (1953). In vrijheid herboren. Katholiek Nederland, 1853-1953. Den Haag, Nederland: Uitgeverij Pax, p. 164-165.
Laatst bijgewerkt: 6 januari 2026 08:52