Overwegingen bij het lijden van Christus

Overwegingen bij het lijden van Christus

De volgende overwegingen gaan over lijden, in de waarlijk katholieke betekenis van het woord. Door het kruis opende onze goede God de hemelpoorten voor ons en door lijden goed te aanvaarden zullen wij op een dag die hemelpoorten kunnen binnengaan.

De Kerk is het Mystieke Lichaam van Christus. Toen Onze Heer op weg naar Damascus aan de heilige Paulus vroeg: “Saulus, Saulus, waarom vervolgt ge Mij?” Onze Heer zei Saulus dat, door de jonge Kerk te vervolgen, Saulus Hem, Christus, vervolgde. Het vervolgen van de Kerk is het vervolgen van Jezus Christus, en als de Kerk vandaag wordt vervolgd, is het Christus die wordt vervolgd.

In zekere zin wordt het lijden van Christus in onze dagen herhaald.

Getsemane

Eerste overweging

“Jesus, bewust van al wat Hem overkomen zou, trad naar voren, en sprak tot hen: Wien zoekt gij? Men antwoordde Hem: Jesus van Názaret. Jesus zeide hun: Ik ben het. Ook Judas, die Hem verried, stond bij hen. Maar toen Hij hun zeide: Ik ben het, deinsden ze terug, en vielen ter aarde. Hij vroeg hun opnieuw: Wien zoekt gij? Ze zeiden: Jesus van Názaret. Jesus antwoordde: Ik heb u gezegd, dat Ik het ben. Zo gij Mij zoekt, laat hèn dan gaan.” (Johannes 18:4-8)

Toen onze Heer werd gearresteerd, deed Hij twee schijnbaar tegenstrijdige dingen. Aan de ene kant sprak Hij met zo'n gezaghebbende stem dat zijn toehoorders op de grond vielen. Anderzijds bukte Hij zich om het oor van Malchus, dat door het zwaard van Petrus was afgesneden, op te rapen en het weer aan het hoofd van de man vast te maken. Hij die verschrikt heeft, heeft ook getroost. Dezelfde Die met kracht spreekt vervangt het afgesneden oor. Is hier niet iets te leren?

Onze Heer is altijd oneindig goed. Hij was goed voor hen die Hem die nacht zochten als Jezus van Nazareth, en ook goed toen Hij het oor van Malchus verving. Als wij goed willen zijn, moeten wij leren de goedheid van Onze Heer na te volgen. We moeten van Hem leren dat er momenten zijn waarop het nodig is de vijanden van het geloof energiek ter aarde te werpen, maar ook dat we moeten weten wanneer het nodig is medelijden te tonen met hen die ons kwaad willen doen.

Waarom zei Onze Lieve Heer: “Ik ben het?” Was het alleen om degenen die Hem wilden arresteren fysiek te doen beven? Waarom zoiets doen als Hij zich even later vrijwillig zou overgeven? De reden is dat, als Hij zo luid tot de oren sprak, het alleen was opdat Hij nog luider tot de harten zou kunnen spreken.

Lees ook: Hoe u deze vastentijd kunt verheffen door uw bovennatuurlijke blik te verruimen

Wij weten niet of die mannen uiteindelijk profijt hebben gehad van de genade die zij ontvingen, maar de angst die zij zeker voelden toen zij vielen bij het geluid van de stem van de Meester was even waardevol als toen diezelfde stem riep: “Saulus, Saulus, waarom vervolgt ge Mij?”

Onze Heer sprak luid tot de oren. Hoewel zij op de grond vielen, hief dezelfde stem die de lichamen sloeg en de oren doof maakte, de zielen op die uitgestrekt waren door de oren van de geest te openen die doof waren. Soms is het nodig om krachtig te spreken om te genezen.

Tweede overweging

“Toen trok Simon Petrus het zwaard, dat hij droeg, trof den knecht van den hogepriester, en sloeg hem het rechteroor af. De knecht heette Malchus.” (Johannes 18:10)

De Verlosser handelde tegenover Malchus anders. Toen Hij zijn oor, afgesneden door toedoen van de heilige Petrus, terugplaatste, wilde Onze Lieve Heer hem zeker een wereldlijk goed schenken. Maar door zijn oor te genezen, wilde Onze Lieve Heer vooral het oor van zijn ziel openen. Hij dus, die de geestelijke doofheid van enkelen had genezen met de kracht van zijn goddelijke stem, genas dezelfde geestelijke doofheid van Malchus met woorden van lieflijkheid, en een materieel wonder.

Wij leven in een tijdperk van vreselijke geestelijke doofheid. Als er ooit een tijd is geweest waarin de mensheid naar Gods stem moest luisteren, dan is het wel de onze; maar het is ook een tijdperk dat zeker de meest harde harten heeft.

De Goddelijke Meester toont ons dat, als wij onze eigen geestelijke doofheid willen genezen, evenals die van onze naaste, Hij de enige is die dat kan doen, want louter menselijke middelen volstaan niet.

Laten wij één zijn met de blinde man uit het Evangelie die tot Onze Heer riep: “Domine, ut videam!” – “Heer, dat ik mag zien!”

Laten wij van de vieringen van de Goede Week gebruik maken om Hem te vragen ons te helpen horen: “Domine, ut audiam!” – “Heer, dat ik mag horen!” We weten niet hoe Onze Lieve Heer onze geestelijke doofheid zal genezen - en dat doet er ook niet toe. Laten wij Zijn Goddelijke wil vervullen, of Hij nu spreekt met de verschrikkelijke stem van berisping en straf of met de zoete stem van vertroosting. Wat werkelijk van belang is, is dat wij Hem smeken: “Heer, dat ik mag horen!”

Laten we luisteren naar de stem van Onze Heer en, door onze ziel oprecht open te stellen voor de genaden die Hij ons schenkt, in onszelf de volheid van het Koninkrijk van Jezus Christus tot stand brengen, die de vijanden van de Kerk van de aardbodem hopen te verbannen.

De geseling

“Toen liet Pilatus Jezus geselen.” (Johannes 19:1)

Pilatus dacht dat hij, door Jezus te geselen, de menigte tevreden zou stellen en Hem zo zou kunnen bevrijden. Zo denken de zwakken altijd: compromissen sluiten, aan het kwaad toegeven om het te sussen. Maar dit maakt het alleen erger.

De folteraars bonden Zijn handen en brachten Hem naar de pilaar te midden van stoten, schoppen en gelach. Zijn zachtmoedigheid, goedheid en bereidheid om Zichzelf niet te verdedigen stonden in contrast met de brutale, zinloze en wrede haat. O de dwaze illusie dat Hij door het binden van Zijn handen uitgeschakeld zou worden! Het zou genoeg voor Hem zijn om te zeggen: “Koorden, los,” en zij zouden op de grond vallen! Als Hij dat gewild had, waren de koorden zelfs slangen geworden om Zijn boosdoeners aan te vallen.

Wat zo bijzonder is, is dat Hij Zichzelf overgaf om gegeseld te worden. Wij kunnen ons Zijn zoete gekreun voorstellen, Zijn Allerheiligst Lichaam kronkelend van pijn, Zijn aanbiddelijk vlees verscheurd door de zweep. Dit was het vlees van de God-Mens! Hij stond, vol waardigheid, zachtmoedig en zonder protest, in gesprek met de Eeuwige Vader in Zichzelf.

We kunnen ons ook voorstellen dat op dat moment de Zoon van God, Opperste Regeerder van alle gebeurtenissen, dacht aan de gezegende beschaving die eens zou worden gebouwd op de verdiensten van Zijn Lijden. Helaas zag Hij ook dat op een zeker moment de christelijke naties zich tegen Hem zouden keren en overheerst zouden worden door een anti-beschaving. Omdat deze wereld een persoonlijke God zou ontkennen, zou zij ook de eigen aard en individualiteit van de mens komen te ontkennen.

In deze platgeslagen anti-beschaving zou de mensheid totale gelijkheid beamen en zo slaaf worden van een rebelse communistische utopie. Deze utopie zou eigendom ontkennen, en dus rechtvaardigheid; zou het gezin ontkennen, en dus zuiverheid; zou religie ontkennen, en dus alles wat heilig is; zou traditie ontkennen, en dus geschiedenis. Door alle waarden op hun kop te zetten, zou deze anti-beschaving een grote chaos veroorzaken, een groot vacuüm waarin de vroegere christelijke volkeren zouden verdrinken. Deze anti-beschaving is de tirannie van de materie, van de machine, van de anonimiteit en van het atheïsme - in één woord, de heerschappij van Satan.

Lees ook: Devotie tot het hart van Maria zal de wereld redden

Onze Heer had kunnen weeklagen zoals de profeet David: “Wat heeft mijn dood voor nut...?” (Psalm 30:9) Welke winst is er in mijn bloed, dat ik zo edelmoedig en zo overvloedig vergoten heb?

De doornenkroon

“En de soldaten vlochten een kroon van doornen, en zetten ze Hem op het hoofd; ze wierpen Hem een purperen mantel om” (Johannes 19:2)

Onze God, gekroond met doornen! Bewijst dit niet dat het koningschap van God het koningschap van de pijn is? Laat ons het lijden aanvaarden: het lijden van vernederingen; het lijden van onrechtvaardigheid; het lijden van de onvermoeibare inspanning om goed te doen; het lijden van zelfverloochening. Het lijden uit het christendom halen is een belediging van Christus die een doornenkroon aanvaardde. Christen zijn en bang zijn om voor God te lijden, is God reduceren tot een bankier die al onze grillen bevredigt, of tot een eenvoudige dienaar die ons dient op ons bevel. Het lijden uit het christendom verwijderen is er de ruggengraat van ontnemen.

Zijn wij slechts gelegenheidsvrienden? Het is inderdaad niet christelijk om bang te zijn onszelf op te offeren voor Christus, onze grootste vriend. Laten wij Jezus niet in de steek laten op Golgotha. Laten wij Zijn gezicht, dat uit liefde voor ons gewond is, geen slag toebrengen door te zondigen. Laten wij geen harteloze hyena's zijn, maar veeleer “zachtmoedig en nederig van harte” zoals Hij. (Mattheüs 11:29)

De kruisweg

“Zelf droeg Hij het kruis. Zo trok Hij naar buiten naar de zogenaamde Schedelplaats, die in het hebreeuws Gólgota wordt genoemd.” (Johannes 19:17)

Ieder van ons heeft een kruis te dragen. Ieder van ons wil graag iets zijn wat hij niet is, iets hebben wat hij niet heeft, iets kunnen bereiken wat hij niet kan. We moeten loslaten wat we niet zijn, wat we niet hebben en wat we niet kunnen volbrengen; dat is de weg voor ons allen.

Moge Onze Lieve Heer ons een liefde geven voor ons kruis, zoals Hij die had voor het Zijne. In plaats van het Heilige Hout met afkeer te dragen, omhelsde en kuste onze Verlosser het omdat Hij Zijn zending op aarde vervulde. Ons kruis bestaat in het vervullen van onze zending. Laten we het betraand, maar liefdevol omhelzen. En laten we zeggen: “Ik zal nooit ophouden om kracht te vragen, en zo zal ik mijn kruis dragen tot de hoogte van mijn Gólgota!”

Onze Heer droeg elke pijn alsof Hij een koning was die op weg was naar zijn troon. Hij deed dit met waardigheid, met sereniteit, standvastig en zonder aarzeling. Niets werd Hem gespaard, lichamelijk noch geestelijk. Hij ging de diepte van het lijden in met de vastberadenheid van een held, en verscheen zo voor de rechtvaardigheid van de Eeuwige Vader, schitterend van pijn. Zo heeft Hij het menselijk geslacht gered: bij elke stap overkwam Hem het ergste, maar Hij aanvaardde alles, volledig, zonder uitstel te vragen. Hij heeft nooit iemand gevraagd medelijden met Hem te hebben. Het lijden was van dien aard, dat soms Zijn kracht het begaf, maar Hij stond onmiddellijk op en ging verder.

Deze gedachte helpt mij mijn zwakheid te overwinnen! Als ik Onze Heer Jezus Christus wil ontmoeten in zijn sublieme schoonheid en heiligheid, moet ik ook mijn eigen kruis omhelzen.

De kruisiging

Eerste overweging

“Toen ze op de plaats waren gekomen, die Gólgota wordt genoemd, sloegen ze Hem aan het kruis” (Lucas 23:33)

Vóór de kruisiging kunnen wij ons de oneindige schoonheid van Onze Heer voorstellen, de schoonheid van Zijn gestalte en de glans van Zijn Heilig Gelaat, waar de esthetische beginselen van het heelal zetelden. De gratie van Zijn gebaren, de elegantie van Zijn houding, de soberheid van Zijn manieren en goedheid moeten een sterke aantrekkingskracht hebben uitgeoefend. Wanneer Hij sprak, wie kon zich dan de toon van Zijn stem voorstellen, de inflecties en het unieke uitdrukkingsvermogen ervan?

Maar toen Hij aan het kruis genageld werd, was Hij misvormd, zonder schoonheid, en één massieve, bloederige wond. Dit grote slachtoffer was de onschuld zelve. Hij had nooit gezondigd. Hij was de verpersoonlijking van de deugd. Hij had nooit de noodzaak gehad om iets goed te maken, maar desondanks, deed Hij dat wel volmaakt.

Waarom? Vanwege de ernst van onze zonden. Wij zouden diep verdriet en spijt moeten voelen bij het zien van Hem, de Onschuldige die de zonden droeg met de zondaar. Hij die het reinst was, het heiligst, droeg ze voor mij! Dit moet ons aanzetten tot een groot vertrouwen. Iemand die voor zo'n prijs is vrijgekocht, hoeft alleen maar te vragen om de genade die nodig is om de deugd en het goede te beoefenen dat hem naar de hemel zal leiden.

Vandaag worden de pijnen van Onze Lieve Heer veroorzaakt door de godslasteringen en de verachting tegen de katholieke Kerk, maar ook door de aanbidding van de afgoden van een heidense samenleving: egalitarisme, zinnelijkheid, opstandigheid, onreinheid, moord, diefstal, overspel. Welke van Gods geboden worden vandaag niet overtreden? Wat is mijn houding ten aanzien van deze situatie?

Geconfronteerd met mijn zonden en de ontoereikendheid van mijn verzoening, moet ik knielen, mij op de borst slaan en vastbesloten zijn niet meer te zondigen.

Tweede overweging

“Jesus zag zijn moeder staan, en naast haar den leerling, dien Hij beminde. En Hij sprak tot zijn moeder: Vrouw, ziedaar uw zoon. Daarna sprak Hij tot den leerling: Ziedaar uw moeder. En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich op.” (Johannes 19:26-27)

De heilige Johannes de Evangelist stond aan de voet van het kruis ook voor een soort van top. Zijn liefde had een hoogtepunt bereikt. Hij was de “beminde” discipel.

Op Witte Donderdag had hij zijn hoofd op de borst van Onze Heer gelegd en hoorde hij de polsslagen van het Heilig Hart van Jezus kloppen van liefde voor de hele mensheid. Later die nacht was hij, net als de andere apostelen, ingeslapen en gevlucht. Hij was echter de maagdelijke apostel, de geliefde apostel, en maagdelijke zielen vinden, zelfs in erbarmelijke situaties, de middelen en de kracht om hun plicht te vervullen.

God beschermt de maagdelijke zielen. God trekt maagden tot Zich aan. Zo had de heilige Johannes niet alleen de eer de leerling van de liefde te zijn, maar ook aanwezig te zijn op het hoogtepunt van de liefde toen Onze Heer stierf aan het kruis. Op deze wijze vertegenwoordigde hij alle apostelen en redde hij het apostolische college van een volledige schande.

Bovendien ontving hij in dit toppunt van liefde de ultieme beloning, want er is geen groter geschenk denkbaar dan dat een mens Onze Lieve Vrouw cadeau krijgt. Toen Onze Lieve Heer zei: “Vrouw, ziedaar uw zoon”, en daarna tot de heilige Johannes: “Ziedaar uw moeder”, ontving hij een geschenk van onschatbare waarde.

Lees ook: Hoe kan ik een levendige devotie tot de Heilige Moeder ontwikkelen?

Derde overweging

“Maar een der soldaten doorboorde met een lans zijn zijde; en aanstonds vloeide er bloed uit en water.” (Johannes 19:34)

Onze Heer was al gestorven toen de soldaat, bekend als Longinus, Zijn zijde doorboorde. Op deze wijze vergoot het Heilig Hart van Onze Heer de laatste druppel bloed, de laatste druppel water, voor onze verlossing. Wat een extreme barmhartigheid! Wat een extreme goedheid! Wat een extreem mededogen!

Al het bloed in het lichaam van Onze Heer Jezus Christus werd vergoten, om te tonen dat Hij ons alles gaf. Hij deed dit zonder ook maar één druppel achter te houden, vanwege Zijn immense verlangen om ons te redden. Eén druppel van Zijn bloed zou voldoende zijn geweest om de wereld te redden, maar Hij vergoot al Zijn bloed tot het punt dat de laatste druppels vermengd werden met water. Hij wilde niets achterhouden om ons te verlossen.

Mijn God, hoe vaak heb ik het Hart van Jezus niet doorboord als de lans van Longinus? Het kan door een zware zonde zijn geweest, maar zeker door mijn chronische gewoonte van onverschilligheid, die de reden is waarom ik niet verander, ik kom niet vooruit en ik wil ook niet vooruit. Ik zie anderen vooruitgaan, maar ik doe geen moeite.

Volgens de overlevering was Longinus blind aan één oog. Een beetje van het water dat uit de zijde van Onze Lieve Heer stroomde, viel op zijn blinde oog, dat werd genezen, en hij werd later een heilige. Wie weet, misschien zal ik ook deze genade ontvangen om een heilige te worden.O Heer, op het moment van Uw dood, smeek ik U mij deze genade te schenken.

Vierde overweging

“Hij nam het af, wikkelde het in lijnwaad, en legde het in een graf, dat in de rots was uitgehouwen, en waarin nog nooit iemand was neergelegd.” (Lucas 23:53)

Heer Jezus, ik overdenk Uw lichaam dat van het kruis werd afgehaald, Uw menselijkheid die verpletterd leek en Uw oneindig kostbaar bloed dat vergoten werd tijdens Uw lijdensweg. Oh, Man van smarten, Uw ziel en lichaam hebben zoveel geleden als een mens maar kan lijden.

Zolang deze wereld bestaat, zult U ons toonbeeld zijn van lijden met al zijn edelheid, kracht, zwaarte, lieflijkheid en sublimiteit. Dit is een model van lijden dat niet alleen rationeel wordt beschouwd, maar ook vanuit het oneindige perspectief van het geloof; een lijden dat theologisch wordt beschouwd, als een noodzakelijke boetedoening en een essentieel middel tot heiliging.

Door de oneindige verdiensten van Uw Allerheiligst Bloed, geef onze geest de nodige helderheid om de rol van het lijden in ons leven te begrijpen en geef ons de kracht die nodig is om het werkelijk lief te hebben.

Alleen door de rol van het lijden en het mysterie van het Kruis te begrijpen, kan de mensheid zichzelf redden uit de enorme crisis die zij doormaakt. Het is juist dit begrip van het lijden dat diegenen kan redden van de eeuwige straf die, zelfs op het moment van de dood, Uw uitnodiging afwijzen om U te vergezellen op de Via Dolorosa.

Vermenigvuldig op aarde het aantal zielen die van het Kruis houden. Dit is de wonderbaarlijke genade die wij U vragen in deze Goede Week, in de nadagen van onze beschaving.

Dit artikel is geschreven door Plinio Corrêa de Oliveira. Het is vertaald en aangepast voor publicatie zonder revisie van de auteur en verscheen eerder op tfp.org, onder de titel "Lenten Reflections on the Passion of Christ"