Het einde leek bereikt. De Profeet van Nazareth was gestorven aan een kruis, als een verachtelijke slaaf. De apostelen waren verschrikt verdwenen; een aantal vrouwen, nadat ze Hem naar Zijn begraafplaats gevolgd waren, keerden huilend naar huis terug. De overpriesters en farizeeërs waren onbetwist triomfantelijk, en toch, verbazingwekkend om te zeggen, schenen ze nog steeds die wonderbaarlijke persoonlijkheid te vrezen, die hen zo vaak door zijn macht had doen schrikken. De duisternis die de stad overspoelde tijdens Zijn lijdensweg, de aardbeving op het moment van Zijn dood, het voorhangsel van het heilige der heiligen dat op wonderbaarlijke wijze gescheurd werd, kwamen op allen over als onheilspellende voorbodes. Maar wat hen vooral onrustig maakte was dat de Gekruisigde verklaard had dat Hij drie dagen na Zijn dood weer zou opstaan.

Bij het voorspellen van Zijn dood, Zijn dood aan het kruis, voegde Jezus er altijd aan toe dat Hij op de derde dag weer zou opstaan. “Vernietig deze tempel,” zei Hij tegen de Joden, als Hij het over de tempel van Zijn lichaam had, “en ik zal hem in drie dagen herbouwen.” Tegen de farizeeën, die van Hem een teken uit de hemel eisten als bewijs van zijn goddelijkheid, verklaarde Hij zelfs dat het grote teken van zijn goddelijke zending zijn opstanding zou zijn. “Zoals Jonas drie dagen en drie nachten in de buik van de walvis bleef, zo zal ook de Zoon des mensen drie dagen in de schoot van de aarde blijven”. Dat was het grote wonder, het wonder dat de wereld voor de voeten van de Zoon van God zou werpen. Jezus had het voorspeld, en Zijn woord moet noodzakelijkerwijs vervuld worden.

Lees ook: Overwegingen bij het lijden van Christus

De overwinning die Jezus op deze dag behaalde op een macht die geen mens ooit heeft overwonnen of ooit zal overwinnen, doet alle andere overwinningen in het niet vallen. Door dit teken erkent het universum zijn God, zijn Verlosser. Deze dag van de opstanding krijgt een bijzondere naam: het wordt de zondag, de dag des Heren, de dag van het eeuwige alleluia, “want op deze dag hebben Dood en Leven een gigantisch duel uitgevochten, en de Meester van het Leven heeft de Dood overwonnen. De Heer is waarlijk opgestaan. Alleluia!” Zo zullen de kinderen van het koninkrijk zingen, dat Jezus, nadat Hij het graf verlaten heeft, op het punt staat om in de hele wereld te grondvesten en te handhaven tot aan het einde der eeuwen.

“De verrijzenis van Jezus Christus”, door Lienhart Astl (1480-1523). Van een vleugel van het Altaar van Onze Lieve Vrouw in de katholieke parochiekerk van Hallstatt, Opper-Oostenrijk.

Een mensenleven en zijn invloed op de wereld eindigen bij de dood; het leven van Jezus en zijn heerschappij hier beneden beginnen op het moment waarop Hij stierf voor de redding van de mensheid. Op die dag schonk zijn Vader Hem het koningschap over het nageslacht van Adam, dat Hij van de dood en de hel had weggerukt. Daarom moest het kruis, het instrument van Zijn overwinning, de standaard worden van Zijn koningschap, Vexilla regis, en door middel daarvan moest Hij alle volken, Joden, Romeinen, barbaren, overwinnen. En het was hierom dat Hij verlangde naar de doop van bloed: “Wanneer Ik tussen hemel en aarde verheven zal zijn,” zei Hij, “zal Ik allen tot Mij trekken.”

Op Paaszondag, toen Hij uit het graf kwam, bleef er voor Hem voor het stichten van Zijn koninkrijk één ziel over, de enige die geen schipbreuk geleden had ten tijde van Zijn Lijden. Het was Zijn Moeder, de Moeder van Smarten. Maria, aan de voet van het kruis, zag haar Zoon sterven; maar haar geloof onderging nog niet de geringste verduistering. Nooit vergat ze dat Jezus, haar Zoon en haar God, op de derde dag zou opstaan, zoals Hij voorspeld had. Vandaar dat de Schrift, bij het vermelden van de verschillende verschijningen van Jezus aan de ongelovige apostelen, zwijgt over de verschijningen van Jezus aan Maria, opdat we ons niet zouden verbeelden dat Hij aan haar verscheen zoals Hij aan hen had gedaan om hun geloof weer op te wekken. Er was dus een dag, zaterdag de vooravond van de verrijzenis, waarop alleen Maria de ontluikende Kerk vormde. Aan de zijde van de Nieuwe Adam stond de Nieuwe Eva, de Moeder van de gelovigen.

Zo werd het Christendom geboren uit het kostbaarste Bloed van de Man van Smarten. We moeten ervoor strijden dat het volledig, en met de grootst mogelijke glorie, op deze Aarde zegeviert. Laten we Onze Lieve Vrouw, de verheven Moeder van Smarten, die onwankelbaar bleef staan zelfs toen ze haar goddelijke Zoon aan het Kruis zag sterven, om de kracht vragen die nodig is om niet te wankelen in deze goede strijd. Ze behield het Geloof, de absolute zekerheid dat Hij op de derde dag zou verrijzen.

Passages bewerkt en vertaald voor publicatie uit Jesus Christus: His Life, His Passion, His Triumph, door pater Augustinus Berthe, C.SS.R., tweede ed. (St. Louis, Mo. & Londen W.C.: B. Herder Book Co., 1919), en eerder verschenen op tfp.org